We zullen de tekst “Code is Law” bespreken.

Allereerst maakt de auteur een vergelijking tussen het begin van cyberspace en de sfeer in de Oostbloklanden na de val van het communisme. Er werd gestreefd naar anarchie en absolute vrijheid zonder inmenging van de regering. Men beweerde dat de regering cyberspace niet alleen niet mocht maar ook niet kon reguleren. Men meende oorspronkelijk dat cyberspace van nature vrij was, zonder politieke inmenging. Ondanks deze bewering heeft men nooit duidelijk gemaakt waarom cyberspace niet gereguleerd kon worden. Maar het woord cyberspace zelf suggereert juist controle, want het verwijst naar het woord cybernetics, de studie van controle op afstand door middel van toestellen. Vrijheid in cyberspace kan niet komen van de afwezigheid van de staat maar zal juist komen van een staat van een zekere soort.

De auteur meent dat de vrijheid in de VS bekomen was door de samenleving te koppelen aan een bepaalde constitutie, waarmee hij geen wettekst maar een manier van leven en architectuur bedoelt. Constituties worden gebouwd en niet zomaar gevonden, hun basis wordt gelegd en verschijnt niet opeens. Hij maakt dan de link met cyberspace en zegt dat vrijheid niet zomaar zal bekomen worden in cyberspace. Als we cyberspace alleen laten, zal het juist een perfect middel om controle uit te voeren worden.

De architectuur van cyberspace nu is nogal tegengesteld aan die van in het begin. Cyberspace heeft een hele serie van architecten gekend. De eerste waren onderzoekers en hackers, die gefocust waren op het bouwen van een nieuw netwerk. De tweede generatie was gebouwd wegens commerciële belangen. En volgens de auteur zou de derde generatie weleens het product kunnen zijn van de regering.

Het boek gaat dus over de verandering van cyberspace van anarchie naar een cyberspace van controle. Tijdens het veranderen van cyberspace hebben we keuzes gemaakt en nu zitten we vast aan deze keuzes. De auteur vindt dat we op zoek moeten naar een nieuwe regulator, en volgens hem is dat code. Code is ook een vorm van wetgeving met het verschil dat wij in theorie niet allemaal die codes hebben gestemd volgens democratisch beginsel, maar dat enkele mensen die codes bepaald hebben. Die codes kunnen gebruikt worden om de vrijheid te vrijwaren maar kunnen evengoed gebruikt worden om die vrijheid in te perken. Codes worden allemaal gemaakt door mensen, dus ligt het ook in de handen van die mensen om te bepalen wat ze ermee gaan doen.

De visie van de auteur op een constitutie voor cyberspace is geen allesbepalende wet maar moet bepalen welke waarden beschermd moeten worden. Hij heeft het dan over substantiële en structurele waarden. Er zijn wel enkele problemen hierbij.

  • Substantiële problemen: zal cyberspace privacy of toegang beloven? Zal het een plaatsje vrijwaren voor freedom of speech?
  • Structurele problemen: hoe houden we de verschillende krachten uit elkaar? Hoe zorgen we dat één regulator (bijvoorbeeld regering) niet te machtig wordt of juist genoeg macht krijgt?

De auteur ziet nog drie grote vraagstukken: intellectueel eigendomsrecht, recht op privacy en recht om vrijuit te spreken. Dan is er ook nog het probleem van internationale oplossingen voor deze vraagstukken te zoeken.

De belangrijkste les van het boek is dat we keuzes moeten maken. Sommige van deze keuzes zijn privé (bijvoorbeeld een auteur die haar copyright opeist), maar er zijn ook keuzes die collectief gemaakt moeten worden en hierbij vraagt de auteur zich af of de VS ertoe in staat is deze keuzes te maken.

Advertisements